Bij het graf van jong gestorven Jim Morrison (27) op het Parijse kerkhof Père Lachaise zitten altijd wel mensen te waken. Even verderop bij het graf van de evenmin oud geworden Frédéric Chopin (39) is nauwelijks enige aanloop. In de popmuziek komt de dood soms ongemeen hard aan.
door Louis Nouws
Popmuzikanten zijn natuurlijk net gewone mensen. Hun levens spelen zich wat meer af in de openbaarheid, hun heengaan wordt vaak in kleine kring betreurd. Sla er maar de jaargangen van de rubriek Postuum in dit blad op na: een hele stoet bekende en minder bekende grootheden vertrekt met tamelijk stille trom.
Soms krijgt de dood van een artiest een berichtje in de krant, heel soms staat de wereld op zijn kop. Michael Jackson (50) zag geen kans er stiekem tussenuit te knijpen, al had hij het zelf waarschijnlijk graag gewild. Je kon je verbazen over de heftigheid van de reacties, maar de band tussen fans en hun idool is vaak erg sterk. Zijn dood was natuurlijk een groot verlies voor de popmuziek – al had de King Of Pop zijn hitfabriek al jaren eerder gesloten.
Dramatiek
Het problematische leven van Michael Jackson leent zich bij uitstek voor drama. Net zoals dat van die andere King, wiens huis en graf in Memphis trekpleisters zijn geworden. Er zijn trouwens nog altijd mensen die beweren dat Elvis Presley (42) niet dood is. En honderden, zo niet duizenden mannen hijsen zich met enige regelmaat in een ongemakkelijk ogend glitterpak om in een soort bezweringsritueel de geest van de zanger levend te houden.
Neverland zal nooit een Graceland worden. Na maanden van overleg werd besloten Michael Jacksons lichaam in een mausoleum te plaatsen op begraafplaats Forest Lawn in Los Angeles. Toegewijden zullen daar tot in lengte van dagen de Moonwalk uitvoeren.
Het roept sterke emoties op wanneer mensen jong sterven. Ouders zouden nooit hun kinderen moeten begraven, maar in de historie van de popmuziek is dat met enige regelmaat gebeurd. Popmuziek is – was – nu eenmaal de muziek van, voor en door de jeugd. Sommige jonge muzikanten overleden bij de uitoefening van hun vak door de domme pech van een vliegtuigongeluk, zoals Buddy Holly (22), Otis Redding (26) en Jim Croce (30). Soulzangeres Tammi Terrell (24) zeeg op het podium ineen in de armen van Marvin Gaye en overleed aan een hersentumor.
Opmerkelijk veel popartiesten slaan de hand aan zichzelf: Nick Drake (26), Elliott Smith (34), en Vic Chesnutt (45) tweede kerstdag vorig jaar en onlangs nog Sparklehorse-voorman Mark Linkous (47). Ieder heeft zijn eigen verhaal, maar zelfmoord blijft hard aankomen. We proberen het te doorgronden. Via boeken, zoals de fraaie bundel Zwanenzangen (2006) van de NRC-scribenten Bernard Hulsman en Pieter Steinz. Via speelfilms. Control (2007) van Anton Corbijn gaat over het korte leven van zijn idool Ian Curtis (23). Last Days (2005) van Gus van Sant is een bijzonder intrigerende invulling van de laatste levensdagen van Kurt Cobain (27). Zijn zelfmoord wordt overigens door velen ontkend. Cobain zou zijn vermoord, een versie van de waarheid die het verlies mogelijk wat draaglijker maakt.
Overigens zijn de omstandigheden rond een verscheiden ook niet altijd duidelijk. Is ex-Rolling Stone Brian Jones (27) in 1969 aan zijn eind gekomen door een combinatie van verdriet – hij was net uit de band gezet –, drugs en zwemwater? Of is hij vermoord door de aannemer met wie hij een zakelijk geschil had?
Ook de verdrinkingsdood van Jeff Buckley (30), die na een dag in de studio nog even ging zwemmen in een zijtak van de Mississippi, is nooit helemaal opgehelderd. Een ongeluk, of misschien toch zelfmoord? Opmerkelijk is dat vader Tim Buckley (28), een van de grootste talenten uit de jaren zestig, eveneens tragisch en jong aan zijn einde kwam. Hij overleed aan een overdosis drugs.
Roekeloosheid
Drugs en dranks hebben altijd als een zwaard van Damocles boven de popmuziek gehangen. Janis Joplin (27), Jimi Hendrix (27) en Hank Williams (29) zijn prominente vroege slachtoffers van zo’n riskante levensstijl. Een onregelmatig leven in combinatie met constante prestatiedruk en verleidingen.
Keith Richards, schreven veel journalisten in de jaren zeventig, zou het eerstvolgende slachtoffer van de rock ’n’ roll zijn. Lou Reed werd vaak in één adem genoemd met Richards en David Bowie wilde graag worden genoemd. Hij modelleerde zijn diverse alter ego’s – Ziggy Stardust, Aladdin Sane en Thin White Duke – nadrukkelijk naar die rock ’n’ roll-iconen. Die gevaarlijke imago’s hadden een zekere aantrekkingskracht, dat zal geen langdurige fan ontkennen.
Het leven op de rand heeft soms ook te maken met het romantische idee van de poète maudit, het onbegrepen genie dat zich in de gewone wereld niet thuis voelt, in navolging van de getroubleerde Franse dichter Arthur Rimbaud (37). Het is niet moeilijk in Jim Morrison zo’n gekwelde dichter te zien. Hij las Rimbaud. Mogelijk heeft hij zijn eind in Parijs gezocht.
Levenspijn
It’s better to burn out than to fade away, schreef Kurt Cobain in zijn afscheidsbrief. Hij citeerde Neil Young uit Hey Hey, My My (Into the Black). Young, een man die alle psychedelische en andere desillusies overleefde, was geschokt. Hij eerde Cobain met Sleeps With Angels (1994). Het was niet de eerste keer dat hij een album maakte voor een overleden muzikant. Tonight’s The Night (1975) kwam na het overlijden – beiden aan een overdosis – van Crazy Horse-gitarist Danny Whitten (29) en roadie Bruce Berry (30).
Gram Parsons (26) is nog zo’n briljante jongeling die te vroeg opbrandde in een mix van tequila, drugs en levenspijn. Op zoek naar de synthese tussen psychedelische rock en country ’n’ western, wat in de jaren zestig neerkwam op een haast onmogelijk huwelijk tussen hippies en rednecks, viel hij tussen wal en schip. Maar hij liet ons de countryrock na en een bizar verhaal rond zijn dood: zijn roadmanager Phil Kaufman ontvoerde zijn lijk teneinde het te verbranden in de Mojave-woestijn.
De ultieme poète maudit Townes Van Zandt (52), de geniale eenling die alle schepen altijd weer achter zich verbrandde, wachtend op Nothin’, is dan weer tamelijk rustig ingeslapen. Hij overleed aan een hartaanval op een moment dat zijn leven in rustiger vaarwater gekomen leek onder de hoede van zijn laatste vrouw. Wat dat betreft bracht zijn tovenaarsleerling Blaze Foley (39) het er slechter vanaf. Dakloos, meestal dronken, maar bij velen geliefd, werd hij doodgeschoten terwijl hij een vriend wilde beschermen.
De dood kan in het voordeel van de popster werken. John Lennon zei al: “De dood is de beste publiciteitsagent.” Michael Jackson veranderde van verbleekte glorie in de heetste artiest van 2009, met wederom gigantische verkoopsuccessen en zelfs een filmhit. De specials van muziekbladen lagen eerder in de kiosk dan het lijk in zijn graf. Ramses Shaffy (76) – niet per se een popster trouwens – prijkte met liefst drie nummers in de bovenste regionen van de Top 2000 van afgelopen jaar. Zonder nu meteen het woord lijkenpikkerij in de mond te nemen: de dood komt niet iedereen ongelegen.
Lennon (40) zelf had de dood niet nodig als marketinginstrument. Hij werd doodgeschoten door een gestoorde fan. Beroemd zijn brengt risico’s mee. Collega-Beatle George Harrison (58) overleefde ternauwernood een steekpartij. Paul McCartney is gelukkig nog onder ons, al is hij wel eens doodverklaard in sterke geruchten, die zich losjes baseerden op aanwijzingen op vooral de platenhoes van Abbey Road. Zo was McCartney de enige Beatle die met blote voeten over het beroemde zebrapad liep – een Indiase verwijzing naar de dood. Het nummerbord van de verderop geparkeerde kever (Beetle) kon worden opgevat als een in memoriam; LMW 28 IF – een levende McCartney zou 28 zijn geweest als hij nog leefde.
Redeneringen uit het ongerijmde die zullen zijn voortgekomen uit de onuitroeibare lust tot complotdenken: McCartney zou zijn vervangen door een dubbelganger. Maar misschien had het toch ook wel te maken hadden met angstverwerking – zoals een homeopaat mensen een beetje ziek maakt om het afweermechanisme op gang te helpen.
Vergrijzing
Tegenover de angst voor de dood staat de angst voor het leven. Naarmate popmuzikanten ouder worden, dient zich een nieuw dilemma aan. In de jaren zestig kon niemand het zich voorstellen, iemand van dertig op het poppodium. Tegenwoordig zijn de vaandeldragers van de popmuziek de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd. Hoe word je waardig oud als popmuzikant?
In de zomer van 2001 schokte Herman Brood (54) met zijn doodsprong vanaf het Apollo Hotel. Brood zag geen heil meer in een verder leven – het slachtoffer van zijn eigen rock ’n’ roll-imago.
Brood wilde niet terechtkomen in het nostalgiecircuit, waarin veel oude popmuzikanten uiteindelijk verzeilen. Ze mogen dan liefdevol worden opgevangen door hun fans, die zelf ook kampen met een leesbril en stramme ledematen, het is toch een zwaktebod. Nostalgie viert tegenwoordig dan wel hoogtij, als popmuzikant wil je toch zo lang mogelijk actueel blijven.
De uitweg lijkt Johnny Cash (71) te hebben gewezen. Als rebel van de countrymuziek was hij als het ware voorbestemd als muzikant op leeftijd op dood spoor te belanden. Zijn vluchtroute naar urgentie bleek de indrukwekkende, aan de hand van producer Rick Rubin gemaakte songcyclus American Recordings (1994-2006). Ze ontdeden de muziek van alle pretenties en kwamen tot een doorleefdheid waarvan een jonge muzikant alleen kan dromen. The Man In Black won er veel nieuwe fans mee. Hij stierf van ouderdom en een gebroken hart, een paar maanden na zijn vrouw June Carter.
Neil Diamond en Kris Kristoffersen – op het moment van schrijven leven ze gelukkig nog – traden in Cash’ voetsporen met respectievelijk 12 Songs (2005) en This Old Road (2006) en Closer To The Bone (2009). De oudere popmuzikant heeft wel degelijk muzikaal bestaansrecht.
Kris Kristofferson is 74. Neil Diamond 69. Still going strong zijn ook Bob Dylan (69), Sir Paul (68), Sir Mick (66) en maatje Keith Richards (66). Pete Seeger is dit jaar 91 geworden. Maar het valt niet te ontkennen dat de vergrijzing keihard heeft toegeslagen in de popmuziek. Binnen nu en tien jaar zullen veel pioniers en grote namen ons ontvallen. Het is niet anders: popmuzikanten zijn net mensen. We kunnen er maar beter op voorbereid zijn, want wennen doet de dood nooit.
