De roep van een nachtuil, de plons van een bever; één misstap en je ligt in het water. Een nachtelijke wandeltocht door de Biesbosch kan behoorlijk spannend zijn. Gelukkig weet Frans Bax de weg.
De duisternis valt over de ‘Kikvorsch of Otter’, een griendengebied even ten oosten van Dordrecht. Kleurige bloemen worden grauw, onschuldige wilgentakken veranderen in verwrongen silhouetten die dreigend optornen tegen de nachtlucht en het zwarte water van het Wantij begint geheimzinnig te glanzen. Even waan je je in een ver oerwoud - een rilling trekt over je rug.
Wees maar niet bang: je bent in de bekwame handen van Frans Bax (65), die als geen ander de weg weet in de onherbergzame grienden van dit deel van de Hollandse Biesbosch. Met vaste tred gaat hij je voor over de smalle kaden tussen de grienden aan de ene en het water aan de andere kant. Soms waarschuwt hij: “Een geultje, pas op dat je niet struikelt.”
Liefde
Frans is een kwieke pensionado met een grote liefde voor en kennis van de Biesbosch. De oud-opticien (“Ik heb ruim 45 jaar bij dezelfde baas gewerkt”), staat geregeld stil om die liefde en kennis met ons te delen.
Onze nachtelijke tocht voert over het Griendmuseumpad, een onderdeel van Nationaal Park De Biesbosch. We vertrekken vanaf het Biesboschcentrum Dordrecht in een fluisterbootje, een stalen sloepje met een elektrische buitenboordmotor. Het gladde water weerspiegelt de maan, die verstoppertje speelt achter de wolken.
Aan de overkant van het Moldiep lopen we in het toenemend duister tussen hoog stuikgewas over smalle, zompige kades. “Dit gebied is vroeger vaak overstroomd, waardoor de grond veel stikstof bevat en heel vruchtbaar is”, vertelt Frans. “Er zijn maar een paar planten die daar goed op gedijen.”
Eb en vloed
De Biesbosch is uniek in zijn soort: het is een van de weinige zoetwater-getijdengebieden in de wereld. Nog altijd staat de Biesbosch in rechtstreeks contact met de zee en ondergaat daardoor de invloed van eb en vloed. Het verval bedraagt bijna een meter. Vroeger, toen het Haringvliet nog niet was afgesloten, was het verval ruim twee meter. Bij springtij of storm liepen grote delen onder water.
Door dat natte karakter was de Biesbosch ooit het centrum van de Nederlandse griendcultuur, die vanaf omstreeks 1850 tot grote bloei kwam. De takken en de bast van de wilgen – de enige boomsoort die in het gebied wilde groeien - werden gebruikt voor wilgentenenmanden, hoepels voor vaten, bezemstelen en zinkstukken (funderingsmatten) voor dijken en kades. “Je zou het niet zeggen, maar feitelijk lopen we over een oud industriegebied”, doceert Frans. “Dit is geen natuur, maar cultuurgrond. Elke boom die je hier ziet, is geplant. Alles is het product van mensenhanden.”
Griendwerkers
Ooit werkten er duizenden in de grienden. Het was een hard bestaan. Het seizoen liep van oktober tot maart, als de wilgen hun bladeren hadden verloren, en in die periode bleven de griendwerkers – altijd alleen mannen - de hele week in de grienden. Ze hokten met soms wel twaalf man bijeen in kleine hutten, vaak gemaakt van riet of wilgentenen, van God en de wereld verlaten.
Over het zware leven van de griendwerkers kan Frans gepassioneerd vertellen. “Het was ‘s winters natuurlijk ijskoud en dus brandde er altijd een vuur. Door de rook kregen de griendwerkers ontstoken, rode ogen. Daarom werden ze ook wel grienduilen genoemd.”
’s Nachts was hun wereld gehuld in een dikke duisternis, die hooguit werd verlicht door de pracht van een stralende sterrenkoepel. Maar net als de griendwerkers dreigt ook de duisternis uit de Biesbosch te verdwijnen. Het is nog donker, maar aan de einders licht zachtjes de nachthemel op en een mooie sterrenhemel is een zeldzaamheid geworden.
Net als veel andere plaatsen kampt de Biesbosch met lichtvervuiling: de lampen van kantoren, woningen, straten en reclamezuilen verdrijven de duisternis en tasten de schoonheid van de nacht aan. Mensen, maar ook dieren, hebben steeds vaker last van lichtvervuiling.
Lawaaisaus
De griendwerkers hadden daar nog geen last van. Ze zochten na het werk hun toevlucht in een groendkeer, waarvan er in de Biesbosch stonden zo’n 150 stonden. Ze zijn verdwenen, op enkele na. Waaronder de Stenen Keet, een klein bakstenen gebouwtje uit het begin van de vorige eeuw dat in oude stijl is gerenoveerd. Bij het licht van walmende olielampjes toont Frans er authentieke gereedschappen en gebruiksvoorwerpen van de griendwerkers.
De Stenen Keet was ooit in gebruik bij een familie van griendwerkers die Klein heette. Ze werden door iedereen echter ‘de torren’ werden genoemd, omdat ze zich nooit wasten. Bij het opknappen van de Stenen Keet in de jaren negentig moest eerst een laag van ruim 30 centimeter afval van ‘de torren’ worden verwijderd...
Eenmaal buiten gaan we op zoek naar de meest tot de verbeelding sprekende bewoners van de Biesbosch: bevers. Vanaf 1988 zijn ze uitgezet, ze hebben zich prima aangepast en nu vind je hun sporen overal. “Bevers moeten knagen”, zegt Frans, terwijl hij een tak met knaagsporen laat zien. “Zo houden ze hun tanden kort.” Maar bevers laten zich vanavond niet zien. Een vage, chemisch aandoende bevergeur, een dikke plons ergens vlakbij - daar moeten we het mee doen.
Intussen begint het te weerlichten. Hoewel nog ver weg en zwak laten de bliksems bollen van licht achter op ons netvlies. Onze ogen zijn nu helemaal gewend aan de duisternis. De nacht in de Biesbosch heeft voor ons geen geheimen meer.
Kader
Nacht van de Nacht
Het is donker in de nachtelijke Biesbosch. Nog wel, maar net als op veel andere plekken in Nederland rukt ook hier de lichtvervuiling op. Want het duister verdwijnt uit ons land, doordat op steeds meer plekken de hele nacht lampen branden. Denk aan straatlantaarns, uitgelichte gebouwen en lichtgevende reclameborden. De Nederlandse nacht wordt elk jaar 3 tot 5 procent lichter. Nederland is inmiddels een van de meest verlichte landen ter wereld en de lichtvervuiling ontneemt bijna de helft van de Nederlanders zicht op de sterrenhemel. Nachtdieren raken in de war van de lichte nachten.
Om aandacht te vragen voor het belang van het duister organiseren Stichting Natuur en Milieu en de Provinciale Milieufederaties op 24 oktober voor het vijfde jaar de Nacht van de Nacht. Tijdens de Nacht van de Nacht worden in heel Nederland duistere activiteiten georganiseerd. Er zijn workshops nachtfotografie, nachtspeurtochten, theatervoorstellingen in de nacht, verhalen bij kaarslicht, avondexcursies per boot en nachtwandelingen Sterrenwachten en dierenparken verwelkomen nachtelijke bezoekers.
